Toegankelijkheidstips voor contentbeheerders

Toegankelijkheidsonderzoeken voeren we dagelijks uit op basis van de WCAG 2.2 AA‑richtlijnen. Dat kan in verschillende vormen: een regulier onderzoek, een quickscan, of een deelonderzoek dat zich specifiek richt op techniek of content.

Bij een regulier onderzoek toetsen we op 55 succescriteria. In een deelonderzoek naar content toetsen we op 33 criteria. Welke criteria we precies meenemen, is afgestemd met de inspectiebureaus en Logius.

In een content-deelonderzoek ligt de focus op onderdelen waar je als contentbeheerder daadwerkelijk invloed op hebt. Denk aan pagina’s en artikelen die je zelf aanmaakt in het CMS. Onderdelen waar je meestal géén invloed op hebt, zoals een automatisch gegenereerde sitemap, nemen we doorgaans niet mee.

Als contentbeheerder werk je vaak met vaste templates en structuren. Je voegt content toe zoals tekst, afbeeldingen en soms video. De vormgeving – zoals lettertype, tekstgrootte en layout – wordt meestal door het CMS bepaald. Toch heb jij een grote invloed op hoe toegankelijk een pagina uiteindelijk is.

Wat maakt content toegankelijk?

Een toegankelijke pagina begint met een goede structuur. Zeker voor mensen die gebruikmaken van een schermlezer is dit essentieel. Zonder structuur wordt content als één lange, onoverzichtelijke tekst voorgelezen, wat het moeilijk maakt om informatie te begrijpen of snel te vinden.

Goede content voegt daarom altijd structuur toe. Hieronder lichten we de belangrijkste onderdelen toe.

Koppen: de basis van navigatie

Koppen zijn cruciaal voor de opbouw van een pagina. Gebruikers van schermlezers navigeren vaak via koppen, ook wel ‘koppensnellen’ genoemd. Hiermee kunnen ze snel door een pagina navigeren en relevante informatie vinden.

Het is daarom belangrijk dat er een kop zoals bijvoorbeeld “Contact”, de bezoeker kan meteen naar deze informatie toe.

Koppen volgen een logische hiërarchie volgen: één H, met daaronder H2-koppen en eventueel gevolgd door H3, enzovoort.

In de meeste CMS’en vind je deze structuur terug als Kop 1, Kop 2, etc.

Alt-teksten bij afbeeldingen

Afbeeldingen maken content aantrekkelijker en kunnen extra informatie geven. Voor mensen die blind zijn, is die informatie echter niet zichtbaar. Daarom zijn alt-teksten (tekstalternatieven) belangrijk.

Een goede alt-tekst:

  • beschrijft kort wat er op de afbeelding te zien is
  • voegt alleen informatie toe die relevant is voor de inhoud
  • kan leeg blijven als de afbeelding puur decoratief is

Het is daarnaast goed om belangrijke visuele informatie ook in de lopende tekst te beschrijven. Denk bijvoorbeeld aan een woningomschrijving: beschrijf niet alleen wat er op de foto staat, maar ook hoe de ruimtes eruitzien en aanvoelen.

Opmaak met betekenis gebruiken

In veel CMS’en kun je tekst eenvoudig vet of cursief maken. Deze opmaak (bijvoorbeeld via strong of em) heeft niet alleen een visuele functie, maar ook een semantische betekenis. Schermlezers leggen hier nadruk op bij het voorlezen.

Gebruik deze nadruk daarom bewust:

  • markeer alleen echt belangrijke woorden of zinnen
  • vermijd hele alinea’s in vet of cursief
  • gebruik opmaak niet als vervanging voor structuur

Wil je een korte inleiding of tussenkop benadrukken? Gebruik dan liever een kop in plaats van vetgedrukte tekst.

Lijsten voor overzicht en structuur

Lijsten helpen om informatie te groeperen en onderlinge relaties duidelijk te maken. Ze zijn ook goed te interpreteren door schermlezers.

Gebruik daarom altijd de lijstfunctionaliteit van het CMS:

  • opsommingstekens (bullets) voor niet-geordende informatie
  • genummerde lijsten wanneer volgorde belangrijk is
  • waar mogelijk, maak gebruik van definitielijsten

Vermijd handmatig gemaakte lijstjes met streepjes of cijfers, omdat deze minder goed worden geïnterpreteerd door hulpsoftware.

Tabellen: alleen voor data

Tabellen kunnen nuttig zijn om data overzichtelijk weer te geven, mits ze goed zijn opgebouwd.

Een toegankelijke tabel:

  • bevat duidelijke kolom- of rijkoppen
  • legt een heldere relatie tussen koppen en cellen
  • is niet onnodig groot of complex

Bij uitgebreide datasets is het vaak beter om meerdere kleinere tabellen te gebruiken in plaats van één grote tabel.

Schrijf op B1-taalniveau

Hoewel leesniveau geen verplicht onderdeel is van WCAG 2.2 AA, is het wel sterk aan te raden om teksten toegankelijk te maken voor een breed publiek. Schrijven op B1-niveau helpt daarbij.

Dit betekent onder andere:

  • korte, duidelijke zinnen
  • eenvoudig woordgebruik
  • zo min mogelijk jargon

Meer informatie over B1 leesniveau:

Duidelijke linkteksten

Linkteksten moeten duidelijk maken waar de link naartoe leidt. Dit is vooral belangrijk voor schermlezergebruikers, die alle links op een pagina kunnen laten voorlezen.

Vergelijk:

  • Niet goed: Klik hier
  • Wel goed: Bekijk onze openingstijden

Zorg ervoor dat een linktekst ook zonder context begrijpelijk is.

Zinnige en betekenisvolle koppen

Tot slot: gebruik koppen die echt iets zeggen over de inhoud daaronder. Vermijd vage formuleringen zoals “Direct naar”. Kies liever voor een kop die de inhoud specifieker beschrijft, bijvoorbeeld “Belangrijke pagina’s”.

Meer leren?

Wil je meer leren over het toegankelijk maken van content? We bieden trainingen voor contentbeheerders. Kijk voor meer informatie op de webpagina van de Academie.

Meer weten over tekstalternatieven bij afbeeldingen, lees dan het artikel “Het perfecte plaatje”.

Ook jouw digitale communicatie voor iedereen toegankelijk?

Specialist digitale toegankelijkheid

Joost Claassen