Deze website maakt gebruikt van cookies

Om je de beste ervaring te geven gebruikt deze site naast functionele cookies, cookies voor onze eigen analytics en cookies voor het gebruik van video. Door deze toe te staan geef je ons toestemming deze cookies te gebruiken. Kies je voor weigeren, dan plaatsen we alleen de essentiële cookies voor de normale werking van de website. Wil je de instellingen zelf aanpassen? Kies dan Instellingen aanpassen.

Meer informatie

Deze website gebruikt cookies die nodig zijn voor het functioneren van de website (functionele cookies). Ook gebruikt de website cookies voor onze eigen analysesoftware. Met deze cookies verbeteren wij de website. De videoprovider YouTube zet cookies als je de ingesloten videos bekijkt. Je kan hier opgeven welke cookies je wilt toestaan. We gebruiken de volgende cookies:

Cookie-opties

Functionele cookies zijn nodig voor het technisch werken van de site.

We gebruiken analytics om onze site te verbeteren.

Google Charts wordt gebruikt voor het tonen van een grafiek in de leesniveau tool.

Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers te volgen wanneer ze verschillende websites bezoeken. Hun doel is advertenties weergeven die zijn afgestemd op en relevant zijn voor de individuele gebruiker.

Toegankelijkheid in de praktijk: een interview over bewegwijzering

Bewegwijzering in het museum is een manier van communiceren waar je misschien niet zo gauw aan denkt. Het is een stille hulp die bijna onopvallend aan bezoekers enorm veel informatie geeft en zorgt dat niemand iets hoeft te missen. Een goede bewegwijzering voldoet aan enkele voorwaarden, waarvan toegankelijkheid er één is. We spraken met Guus Janssen, adviseur toegankelijkheid bij Accessibility. Hij buigt zich vaak over de vraag of bewegwijzering toegankelijk is voor iedereen. 

Voor wie is een toegankelijke bewegwijzering belangrijk? 

‘Voor iedereen! Iedere bezoeker heeft belang bij een duidelijke, zichtbare, begrijpelijke en soms alternatieve route. Dat zijn de vier pijlers waarmee ik de toegankelijkheid van de bewegwijzering beoordeel. Natuurlijk kunnen we specifieke groepen aanwijzen die meer baat bij bewegwijzering hebben.’

Welke specifieke groepen zijn dat? 

‘Denk aan mensen die minder goed kunnen zien, mensen die de omgeving minder goed begrijpen of de taal niet spreken en mensen die de trap niet gebruiken. Dat hoeft niet altijd iemand met een rolstoel of een visuele beperking te zijn. Het kan ook iemand zijn die achter een kinderwagen loopt of iemand met een beslagen bril. Iedereen heeft baat bij een toegankelijke omgeving.’ 

Wat versta jij onder een duidelijke bewegwijzering? 

‘Bewegwijzering is duidelijk wanneer deze herkenbaar is. Het hoeven geen grote neonletters te zijn. Door eenduidig te zijn, valt bewegwijzering op in de ruimte. Wanneer een bord vanaf grote afstand herkenbaar is, hoeven de letters niet overdreven groot te zijn.’ 

Hoe groot moeten die letters zijn? 

‘Ga uit van een lettergrootte die hoger is dan 1 cm en minimaal 3% van de afstand waarop je bij het bord in de buurt kunt komen. Kun je op maximaal 2 meter afstand van de bewegwijzering komen, dan moeten de letters 6 cm hoog zijn om toegankelijk te zijn voor zoveel mogelijk mensen.’ 

Wat bedoel je met zichtbare bewegwijzering?

‘Dat heeft te maken met contrast en verlichting. Uiteraard wil je dat bewegwijzering niet in een donker hoekje hangt. Maar je moet ook niet recht in een lamp kijken. Verder is het belangrijk dat het contrast goed is. Geen wit bord op een witte muur. Ook het contrast van de letters of pictogrammen is belangrijk. Gele tekst op een witte achtergrond kan lastig zijn. Een goede tip is om een zwartwit foto van de situatie te maken. Hebben twee kleuren dezelfde grijstint of liggen deze dicht bij elkaar, dan is er geen goed contrast.’ 

Je had het ook over begrijpelijke bewegwijzering. Wat houdt dat in? 

‘Het gebruik van pictogrammen is vaak een goede stap om de bewegwijzering duidelijker te maken voor meer mensen. Maar soms kom ik pictogrammen tegen die meer vragen oproepen, dan antwoorden geven. Dan moet je eerst een soort rebus oplossen voordat je weet welke deur naar het heren- of damestoilet gaat.’ 

Wat bedoel je met alternatieve routes? 

‘Wanneer iemand geen gebruik kan maken van de trap, volgt die vaak een andere route door het museum. Het is goed hierover na te denken bij het inrichten van je bewegwijzering.’ 

Zijn er nog meer zaken waar we aan moeten denken bij bewegwijzering? 

‘Nog te vaak wordt ontworpen op de gemiddelde persoon en worden bijvoorbeeld borden opgehangen op een hoogte van 1,75 m. Iemand in een rolstoel of een kleiner persoon mist deze informatie misschien.’ 

Wat kun je als museum doen om dit te verbeteren? 

‘Je kunt de verlichting verbeteren als dit nodig is. Bewegwijzering kun je omlijnen om het contrast te vergroten. Misschien kun je stickers met pictogrammen toevoegen. Het is goed om te checken of alle (alternatieve) routes duidelijk zijn aangegeven. Vraag het ook aan een ervaringsdeskundige. Wanneer de bewegwijzering van een museum voor het eerst of opnieuw ontworpen wordt, kun je een adviseur in de arm nemen.’

 

Dit verhaal is eerder verschenen in ons magazine IN:museum. Wil je meer van dit soort verhalen lezen? Er zijn nu vier magazines uit, vol met tips en verhalen over toegankelijkheid en inclusie in musea. En dat is niet alleen interessant voor de museum-branche! Bekijk of download ze hier gratis!