Terug naar Wet- en regelgeving

Nederland

In de huidige wetgeving wordt niet nadrukkelijk gewezen op webtoegankelijkheid. Wel zijn een aantal wetten van belang voor de informatievoorziening door de overheid aan de burger. Het gaat dan met name om de Grondwet, de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.

Het recht op informatie

Artikel 110 van de Grondwet bevat het volgende lid: "de wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens". In samenhang met de WOB bevat deze bepaling het recht op communicatie en openbaarheid. De overheid dient bereikbaar en responsief te zijn. Verzoeken om informatie en klachten, ingediend door de burger, dienen spoedig te worden behandeld. De overheid dient daarnaast ook zelf actief informatie te verschaffen.

Het recht op communicatie is techniekonafhankelijk. Dat wil zeggen dat burgers in principe zelf de keuze kunnen maken via welk beschikbaar kanaal zij met de overheid willen communiceren (bijvoorbeeld via internet). Dit wordt ook nog eens benadrukt in artikel 7 lid 2 WOB: "bij het kiezen tussen de vormen van informatie houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeur van de verzoeker". Om hieraan te kunnen voldoen, zal de overheid er wel voor moeten zorgen dat de beschikbare kanalen toegankelijk zijn voor iedereen. Een formulier op de website van een overheidsinstantie met behulp waarvan een burger om informatie kan verzoeken, zou dan ook in principe toegankelijk moeten zijn voor gebruikers van hulpapparatuur.

Artikel 8 lid 2 WOB bepaalt ten slotte nog: "het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de informatie wordt verschaft in begrijpelijke vorm, op zodanige wijze dat belanghebbende en belangstellende burgers zoveel mogelijk worden bereikt en op zodanige tijdstippen, dat deze hun inzichten tijdig ter kennis van het bestuursorgaan kunnen brengen". Het internet vormt een dynamisch geheel. Informatie kan snel beschikbaar worden gemaakt via het World Wide Web en de kosten zijn wellicht lager dan wanneer informatie via een alternatieve wijze kenbaar wordt gemaakt (bijvoorbeeld door middel van gedrukte brochures).

De overheid kan haar informatieverplichting dus in belangrijke mate verlichten door steeds meer informatie ook beschikbaar te stellen via het internet. Gebruikers van hulpapparatuur, die bijvoorbeeld moeite kunnen hebben met het lezen van een papieren brochure, kunnen met aangepaste software toegang krijgen tot de internetpagina's van de overheid. Deze moeten dan wel op een toegankelijke wijze zijn gestructureerd. Op deze manier wordt de informatievoorziening aan dit deel van de doelgroep gewaarborgd en voldoet de overheid in belangrijke mate aan de verplichtingen uit de Wet Openbaarheid van Bestuur.

Wetboek van Strafrecht

Bedrijven of diensten die -zonder dat daarvoor een goede reden bestaat- niet toegankelijk zijn voor mensen met een handicap kunnen strafrechtelijk vervolgd worden.
Discriminatie van mensen wegens hun handicap is met ingang van 1 januari 2006 strafbaar op basis van de artikelen 137 c tot en met f van het Wetboek van Strafrecht. Het gaat om discriminatie van mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap. Ook chronisch zieken vallen onder de reikwijdte van de wet, maar dan moet die chronische ziekte tevens een handicap zijn. In Nederland leven meer dan 2,5 miljoen mensen met een handicap of chronische aandoening.

De wet richt zich op alle burgers en heeft tot doel discriminatie van gehandicapten in het sociaal economisch verkeer te bestrijden. De wet richt zich ook specifiek op mensen die een ambt, beroep of een bedrijf uitoefenen. Bedrijven of diensten die -zonder dat daarvoor een goede reden bestaat- niet toegankelijk zijn voor mensen met een handicap kunnen strafrechtelijk vervolgd worden. Ook hier heeft de wet tot doel het mogelijk te maken dat gehandicapten 'gewoon meedoen' in het sociaal economisch verkeer.

Uit dit discriminatieverbod kan voortvloeien dat sommige ondernemers voorzieningen moeten treffen. In welke gevallen dat aan de orde is wordt overgelaten aan de rechter die moet bepalen of er sprake is van een redelijke grond. Het treffen van een voorziening moet ‘in redelijkheid’ verwacht kunnen worden en mag niet ‘onevenredig belastend’ zijn. Dit is vergelijkbaar met de voorziening die is opgenomen in het Amerikaanse undue burdon in section 508 (zie Amerikaanse wetgeving). De rechter zal deze redelijkheid per geval moeten vaststellen.

De Algemene Wet Gelijke Behandeling

De Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) heeft tot doel direct en indirect onderscheid tegen te gaan. Deze wet is niet specifiek gericht op mensen met een functiebeperking. Wel noemt het een aantal andere punten op grond waarvan onderscheid is verboden (godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat).

De reikwijdte van de AWGB is beperkt tot een aantal gebieden, waaronder arbeid en beroepsopleiding. Ongerechtvaardigd onderscheid bij het aanstellen van een nieuwe werknemer of een student is bijvoorbeeld uit den boze.
Artikel 7 van de AWGB luidt:

  1. Onderscheid is verboden bij het aanbieden van goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, alsmede bij het geven van advies of voorlichting over school- of beroepskeuze, indien dit geschiedt:
    1. in de uitoefening van een beroep of bedrijf;
    2. door de openbare dienst;
    3. door instellingen die werkzaam zijn op het gebied van volkshuisvesting, welzijn, gezondheidszorg, cultuur of onderwijs of;
    4. door natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, voor zover het aanbod in het openbaar geschiedt.
  2. Het eerste lid, onderdeel c, laat onverlet de vrijheid van een instelling van bijzonder onderwijs om bij de toelating en ten aanzien van de deelname aan het onderwijs eisen te stellen, die gelet op het doel van de instelling nodig zijn voor de verwezenlijking van haar grondslag, waarbij deze eisen niet mogen leiden tot onderscheid op grond van het enkele feit van politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. Onderscheid op grond van geslacht is alleen toegestaan, indien de eigen aard van de instelling dit eist en voor leerlingen van beide geslachten gelijkwaardige voorzieningen aanwezig zijn.
  3. Het eerste lid, onderdelen a en d, is niet van toepassing op eisen die gelet op het prive-karakter van de omstandigheden waarop de rechtsverhouding ziet in redelijkheid kunnen worden gesteld.
    De vraag is of een website een aanbod van goederen en diensten vormt. Vaak zal dit wel het geval zijn. Denk aan een gemeente die via een website de mogelijkheid biedt om een brochure aan te vragen. Daarnaast vindt deze opvatting ook steun in de jurisprudentie van andere landen. In Australië is bijvoorbeeld bepaald dat een website een dienst is en als zodanig onder de werking van de Australische wetgeving valt. In Nederland is hier echter nog geen uitspraak over gedaan.
    Klachten over het niet naleven van de AWGB kunnen worden ingediend bij de Commissie Gelijke Behandeling. Alleen personen die als individu zijn benadeeld, kunnen met succes hun grieven indienen. Op deze regel geldt als uitzondering dat belangenbehartigers ook kunnen optreden namens de gedupeerde(n). De statuten van de belangengroep moeten dan wel een bepaling bevatten waarin het behartigen van dit belang als doel staat omschreven.

Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte

De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte is, met uitzondering van artikelen 7 en 8, op 1 december 2003 in werking getreden. De wet is een aanvulling op de Algemene wet gelijke behandeling.
De wet is van toepassing op drie terreinen: werk, beroepsonderwijs en openbaar vervoer. Bij beroepsonderwijs gaat het om alle mbo-, hbo- en universitaire opleidingen, openbaar en bijzonder, publiek en particulier onderwijs. De artikelen die nu nog niet in werking zijn getreden handelen over het openbaar vervoer. De exacte eisen aan de toegankelijkheid met betrekking tot openbaar vervoer komen in een algemene maatregel van bestuur te staan.

Hoe moet deze wet worden gezien in het licht van de webtoegankelijkheid? Zoals reeds eerder aan de orde kwam bij de bespreking van de AWGB bevat het voorstel een aantal openingen die wellicht de mogelijkheid bieden om rechtens op te treden tegen ontoegankelijke websites. Dit geldt met name wanneer een werknemer door zijn beperking niet kan werken met een ontoegankelijk intranet of content management systeem. Daarnaast zullen in ieder geval de vacaturesecties van websites en het digitale aanbod van beroepsopleidingen toegankelijk moeten zijn voor gebruikers van hulpapparatuur. Uit het voorstel is bovendien op te maken dat op de overheid een bijzondere verplichting rust. Bij de toegang tot het openbaar vervoer zou nog gedacht kunnen worden aan een on-line reisplanner. Deze zal dan ook toegankelijk dienen te zijn voor mensen met een functiebeperking.

De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte vertoont grote overeenkomsten met de wetgeving in lidstaten als Groot-Brittannië en Duitsland. In deze landen is uiteindelijk ook gebleken dat een website onder de werking van de wet kan vallen.

Het is nog niet zeker in hoeverre de wet daadwerkelijk invloed zal hebben op ontoegankelijke websites. Een testcase bij de Commissie Gelijke Behandeling of de burgerlijke rechter zou hierover uitsluitsel moeten bieden. De wet is in werking gesteld op 1 december 2003.

Overige ontwikkelingen

Naast de diverse legislatieve ontwikkelingen speelde het project Drempels Weg een belangrijke rol op het gebied van de webtoegankelijkheid. Drempels Weg was een initiatief van het Ministerie van VWS met als doel maatschappelijke bewustwording tot stand te brengen van de problemen rondom internet voor mensen met een functiebeperking.Het project werd afgerond in 2005 en wacht sindsdien op een opvolger.
In opdracht van diverse ministeries en belanghebbenden is in 2005 het Waarmerk drempelvrij.nl opgezet voor toegankelijkheid. De overheid heeft ook voor zichzelf strenge voorwaarden gesteld in de vorm van de Webrichtlijnen.

Webrichtlijnen

De Nederlandse overheid heeft in 2004 een set van regels opgesteld die de kwaliteit en bruikbaarheid van haar websites en aangeboden diensten moet borgen: de Webrichtlijnen. Deze richtlijnen gaan over het ontwerpen, bouwen en beheren van websites. Ze zijn gebaseerd op internationale standaarden voor kwaliteit en toegankelijkheid, en op in de praktijk beproefde oplossingen van professionals. De Webrichtlijnen zijn een officiële overheidsstandaard die op de 'pas toe of leg uit' lijst staan van het College Standaardisatie, wat inhoud dat overheidsinstanties verplicht zijn deze te gebruiken, mits dit niet tot onoverkomelijke problemen leidt.

Als gevolg van de motie op 26 april 2006 van Aasted-Madsen en Fierens besloot de ministerraad op 30 juni van dat zelfde jaar met het Besluit Kwaliteit Rijksoverheidswebsites dat alle rijksoverheidswebsites uiterlijk in 2010 voor iedereen toegankelijk moesten zijn. Sindsdien is de aandacht voor toegankelijkheid bij de Rijksoverheid verder toegenomen en wordt er merkbaar hard aan de eigen toegankelijkheid gewerkt.

In december 2008 ging het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en E-overheid van start (NUP). In dit programma maken Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen afspraken om de dienstverlening van de e-overheid naar de burgers eenvoudiger te maken. Er zijn in het NUP 19 basisvoorzieningen voor de kerninfrastructuur aangewezen waarmee de dienstverlening in het algemeen en naar de burgers kan worden verbeterd. De Webrichtlijnen zijn opgenomen in deze lijst van basisvoorzieningen. De overheid heeft in het NUP nadere werkafspraken gemaakt om de bestaande voornemens om te zetten in concrete acties in de tijd.

In het voorjaar van 2009 kwam staatssecretaris Bijleveld met een Versnellingsagenda om resultaten op de 10 belangrijkste knelpunten voor burgers in de dienstverlening van de e-overheid sneller te kunnen realiseren. Onderdeel van de Versnellingsagenda was ondersteuning van gemeenten bij de implementatie van de webrichtlijnen.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft eind 2010 Accessibility de opdracht gegeven om een inventarisatie te maken van de toegankelijkheid van alle gemeenten en de website van de Rijksoverheid. Uit deze  Accessibility Monitor van Gemeenten dat het met de toegankelijkheid van de websites van Nederlandse gemeenten slecht gesteld was en dat de NUP-doelstellingen, wat betreft de webrichtlijnen, bij lange na niet gehaald waren.

Om de invoer van elektronische dienstverlening van de overheid ook na afloop van het NUP door te zetten is in 2011 de overheidsbrede implementatieagenda voor dienstverlening en e-overheid (i-NUP) van start gegaan, met nieuwe verplichtingen voor de gemeenten.

De i-NUP plannen zijn in een aanbiedingsbrief naar de Tweede Kamer gestuurd. In dit document staat de resultaatsverplichting dat alle gemeenten moeten zorgen dat hun website eind 2012 voldoet aan minimale eisen van webrichtlijnen (waarmerk drempelvrij zonder ster) en 1 januari 2015 volledig (3 sterren Waarmerk Drempelvrij). Bij niet nakomen van de verplichting worden via een algemene maatregel van bestuur verplichtingen aan gemeenten opgelegd.

Overheidswebsites

Omdat van de bijna 400 overheidswebsites slechts een klein deel voldoet aan de Webrichtlijnen, gaf de minister van Binnenlandse Zaken november 2011 aan het aantal websites van de rijksoverheid flink te verminderen.

De minister constateert in zijn brief aan de tweede kamer dat van een groot aantal websites van de rijksoverheid onduidelijk is of deze aan de webrichtlijnen voldoen. Hij vindt het een ondoenlijke klus om de bijna 400 websites van het Rijk allemaal aan te passen zodat ze aan de webrichtlijnen voldoen. Dit leidt volgens de minister tot een kostbare en langdurige operatie leiden, zo schrijft hij aan de Tweede Kamer. Hij kiest er daarom voor om het aantal websites te verminderen. Daar waar mogelijk wordt content in de website rijksoverheid.nl onder gebracht, een website die in de in 2011 door Stichting Accessibility uitgevoerde Accessibility Monitor van Gemeenten 'een goed gebouwde site' wordt genoemd.

Webrichtlijnen versie 2

De nieuwe versie van de Webrichtlijnen, Webrichtlijnen versie 2, zal de huidige Webrichtlijnen versie 1 vervangen op de 'pas toe of leg uit' lijst van het College Standaardisatie. Voor de standaarden op deze lijst geldt dat (semi-)publieke organisaties het 'pas toe of leg uit'-principe moeten volgen. Met opname van webrichtlijnen versie 2 op de 'pas toe of leg uit' lijst van het College Standaardisatie is een belangrijke eerste stap gezet in de operationalisering van webrichtlijnen versie 2. Opname van de standaard op de ‘pas toe of leg uit’-lijst betekent dat overheden bij nieuwe investeringen in websites dienen te kiezen voor deze nieuwe versie. Bestaande websites die voldoen aan versie 1 van de webrichtlijnen hoeven niet direct aangepast te worden. Pas na 2014 vervalt deze standaard.

Gerelateerd

Tags:
Categorie:
Over toegankelijkheid
  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn