Terug naar Wet- en regelgeving

Inleiding

In de moderne maatschappij staat gelijkheid hoog in het vaandel. Artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens vangt aan met de zinsnede: "Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren". Ook de Nederlandse Grondwet begint met een bepaling die gelijkwaardigheid beklemtoont: "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld". Gelijkheid en het daaruit voortvloeiende recht op gelijke behandeling maken deel uit van de meest fundamentele rechtswaarborgen.

De maatschappij breidt zich echter steeds verder uit en de ontwikkelingen staan niet stil. Daardoor lopen mensen het gevaar om in hun recht op een gelijke behandeling te worden benadeeld. Het afgelopen decennium hebben het internet en het gebruik van alle toepassingen die daarmee verband houden een enorme groei vertoond. Elk zichzelf respecterend bedrijf heeft wel één of meerdere plekjes op het World Wide Web weten te veroveren. Hetzelfde geldt voor overheidsinstanties en belangenorganisaties. Doordat steeds meer informatie en (nieuwe) diensten min of meer uitsluitend via het internet worden aangeboden, wordt de afhankelijkheid ervan vergroot.

Omdat de mobiliteit van mensen met een functiebeperking veelal beperkt is, biedt het internet juist aan deze doelgroep veel voordelen. Boodschappen doen bij een webwinkel, formulieren aanvragen of zelfs invullen op de website van een gemeente en het in contact treden met lotgenoten op chat- en forumpagina's: de mogelijkheden lijken onbeperkt. Een groot aantal van deze internetgebruikers heeft als gevolg van hun beperkingen bepaalde hulpapparatuur nodig om over het web te kunnen surfen. Hoewel de aangepaste soft- en hardware vaak zeer geavanceerd is, zijn de internetgebruikers nog steeds afhankelijk van de mate waarin de webdesigner gebruik maakt van (on)toegankelijke technieken.

Helaas wordt aan de aanbodkant van het internet niet altijd rekening gehouden met deze gebruikersgroep. Dat is enerzijds het gevolg van een gebrek aan kennis van de problemen die mensen met een functiebeperking bij het surfen ondervinden. Anderzijds is het nonchalance en de (onterechte) opvatting dat aan webtoegankelijkheid een aanzienlijk prijskaartje hangt.

Mensen met een functiebeperking hebben echter net zoveel recht op een degelijke informatievoorziening via internet als de niet-gehandicapte medemens. Dit geldt met name voor de digitale informatiestromen die vanuit de overheid plaatsvinden. In Nederland wordt de informatievoorziening van de overheid aan de burger geregeld in de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Deze wet biedt de burger een aantal belangrijke aanknopingspunten om informatie in een toegankelijke vorm op te eisen, maar verplicht daarnaast de overheid om bepaalde informatie actief voor iedereen toegankelijk aan te bieden. Soortgelijke wetgeving is ook in andere landen te vinden. Het is daarom van groot belang dat de overheid, op alle niveaus, ervoor zorgt dat websites waarop informatie wordt aangeboden toegankelijk zijn voor gebruikers van hulpapparatuur.

In 1994 is het World Wide Web Consortium (W3C) opgericht. Dit Consortium bestaat uit ruim 300 leden (W3C Member organizations) uit alle delen van de wereld. Doel van het W3C is de groei en consistentie van het World Wide Web te promoten. Om dit doel te bereiken worden door of namens het W3C diverse protocollen en standaarden ontwikkeld. Binnen het W3C bestaan diverse initiatieven die in een bepaald beleidsgebied zijn gespecialiseerd. Het Web Accessibility Initiative (WAI) richt zich specifiek op de toegankelijkheid van internet. In dit kader zijn de zogenaamde Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) ontwikkeld. Deze richtlijnen schrijven, vrijblijvend, voor aan welke voorwaarden een toegankelijke site moet voldoen.

Naast de WCAG-richtlijnen zijn op initiatief van het WAI ook de Authoring Tools Accessibility Guidelines (ATAG) en de User Agent Accessibility Guidelines (UAAG) ontworpen. De richtsnoeren van het WAI dienen in veel landen als voorbeeld voor de ontwikkeling van wet- en regelgeving op het gebied van de webtoegankelijkheid.

Om webtoegankelijkheid te stimuleren, kan een aantal wegen worden bewandeld. De overheid kan webtoegankelijkheid op een min of meer vrijblijvende manier bevorderen. Bijvoorbeeld door een campagne te starten die erop is gericht een maatschappelijke bewustwording tot stand te brengen van de problemen rondom internet voor mensen met een functiebeperking. Een illustratie van deze benadering wordt gevormd door het Nederlandse project Drempels Weg dat in 2001 op initiatief van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport van start is gegaan. Een minder vrijblijvend voorbeeld van deze aanpak, is het koppelen van een voorwaarde aan een subsidie. Een gemeente krijgt dan bijvoorbeeld een subsidie voor het creëren of aanpassen van een website op voorwaarde dat zij bij de ontwikkeling van de site rekening houdt met bepaalde toegankelijkheidseisen.

Een meer ingrijpende manier om webtoegankelijkheid aan de orde te stellen, is die van het ontwikkelen van wet- en regelgeving. Deze aanpak zien we onder meer terug in de Verenigde Staten en Australië. Als een bezoeker van een overheidssite stuit op bepaalde drempels die de informatievoorziening belemmeren, kan de gedupeerde een beroep doen op de rechter. In voorkomende gevallen kan dit tot gevolg hebben dat een site op last van de rechter moet worden aangepast.

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen die zich op het gebied van de webtoegankelijkheid hebben voorgedaan. Daarbij wordt onder meer gewezen op recente Europese ontwikkelingen die wijzen op een minder vrijblijvende aanpak. De uiteenzetting begint met de bespreking van landen buiten Europa: de Verenigde Staten, Australië en Canada. Daarna komen Europa als geheel en een aantal Europese lidstaten in het bijzonder aan de orde. Nederland zal als laatst besproken land bijzondere aandacht krijgen. Dit wordt gevolgd door relevante links.

Tags:
Categorie:
Over toegankelijkheid
  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn