Terug naar Wet- en regelgeving

Europa

De toenemende europeanisering heeft tot gevolg dat ontwikkelingen uit Brussel en Straatsburg niet langer genegeerd kunnen worden. In veel gevallen leidt Europese regelgeving - met name wanneer het gaat om richtlijnen gericht tot de lidstaten - uiteindelijk tot nationale wetgeving. In sommige gevallen - waar het verordeningen en beschikkingen betreft - zijn dwingendrechtelijke bepalingen uit Europese regelgeving zelfs direct toepasbaar in de lidstaten en kunnen ze onder bepaalde voorwaarden door de burger worden ingeroepen.

Europese regelgeving

Artikel 13 van het EG Verdrag verleent een bijzondere grondslag voor Europese regelgeving op het gebied van ongerechtvaardigd onderscheid. Krachtens dit artikel kan de Raad van de Europese Unie binnen de grenzen van de aan de Gemeenschap verleende bevoegdheden passende maatregelen nemen om discriminatie op grond van handicap te bestrijden.

Binnen de Europese Unie wordt voornamelijk beleid gemaakt met betrekking tot de inrichting van de goederen-, diensten- en arbeidsmarkt. Daarbij is het voorkómen van ongerechtvaardigd onderscheid een belangrijke doelstelling. Denk alleen al aan de vele verordeningen en beschikkingen die beogen concurrentievervalsingen en kartelvorming tegen te gaan, zodat alle bedrijven gelijke kansen hebben op de markt. De beleidsinstrumenten van de diverse Europese actoren worden echter ook steeds vaker op andere gebieden ingezet. Het streven naar een toegankelijk internet vormt hier een goed voorbeeld van.

Op Europees niveau is een aantal instellingen van groot belang voor de ontwikkeling van wet- en regelgeving op het gebied van webtoegankelijkheid. De Raad van de Europese Unie, de Europese Commissie, het Europees Parlement en het Europees Sociaal en Economisch Comité hebben zich allen uitgelaten over dit onderwerp. Zij zullen hieronder worden besproken.

De Raad van de Europese Unie

De Raad is de belangrijkste besluitvormingsinstantie van de Europese Unie. In de Raad zijn de lidstaten rechtstreeks vertegenwoordigd en wel door hun ministers die regelmatig in het kader van de Raad bijeenkomen. Afhankelijk van de onderwerpen die op de agenda staan, komt de Raad in verschillende formaties bijeen: buitenlandse zaken, financiën, onderwijs, telecommunicatie, enzovoorts. De Raad vervult verschillende essentiële taken:
Hij is het wetgevende orgaan van de Unie. Via de medebeslissingsprocedure oefent hij op een groot aantal terreinen waarop de Unie bevoegdheden bezit, die wetgevende macht samen met het Europees Parlement uit.

  • Hij coördineert het algemeen economisch beleid van de lidstaten.
  • Hij sluit namens de Gemeenschap internationale overeenkomsten tussen de Gemeenschap en een of meer staten of internationale organisaties.
  • Hij deelt de begrotingsbevoegdheid met het Parlement.
  • Hij neemt de nodige beslissingen voor de vaststelling en uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid, op basis van de door de Europese Raad vastgestelde algemene richtsnoeren.
  • Hij coördineert het optreden van de lidstaten en treft maatregelen op het gebied van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.

Op 27 november 2000 vaardigde de Raad een richtlijn uit waarin de lidstaten worden opgeroepen maatregelen te nemen tegen directe en indirecte discriminatie op grond van handicap (richtlijn 2000/78/EG). De richtlijn beperkt zich tot de gelijke behandeling in arbeid en beroep en is dus niet zonder meer van toepassing op dienstverlening (bijvoorbeeld in de vorm van toegankelijke websites). Wel spreekt de richtlijn in artikel 3 lid 1 sub c van "toegang tot alle vormen en niveaus van beroepskeuzevoorlichting...". Hieronder kan bijvoorbeeld een website van een uitzendbureau of een universiteit vallen. Ook digitale vacaturebanken en een ontoegankelijk intranet zouden onder de werking van deze richtlijn kunnen vallen.

De richtlijn heeft mede bijgedragen aan de wetgevingstendens die zich momenteel in Nederland voordoet. De lidstaten dienen de bepalingen uit de richtlijn uiterlijk op 2 december 2003 te hebben geïmplementeerd in de nationale wetgeving. In Nederland zien we dat de voorgenomen wetgeving verder gaat dan de richtlijn van de Raad voorschrijft. Deze ontwikkeling wordt op de pagina over Nederland nader worden besproken.

Op 25 en 26 maart 2002 is door de Commissie Transport en Telecommunicatie van de Raad een vergadering gehouden over de toegankelijkheid van internet. Aan deze commissievergadering nemen de ministers deel die belast zijn met de beleidsgebieden Transport en Telecommunicatie. Nederland werd vertegenwoordigd door mevrouw Netelenbos, toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat.

In het verslag van deze vergadering is een Resolutie opgenomen waarin het belang van webtoegankelijkheid wordt onderstreept. Een Resolutie legt geen bindende normen op aan lidstaten, maar vormt wel een belangrijke impuls tot verder overleg en het ontwikkelen van regelgeving. Er worden voorstellen gedaan voor de verdere bespreking van dit onderwerp met het Europees Parlement en de Commissie. Tevens worden lidstaten uitgenodigd en aangemoedigd ervoor te zorgen dat publieke websites toegankelijk zijn volgens de normen van het W3C. De Raad merkt op dat in 2003, het Europees jaar van Gehandicapten, diverse initiatieven zullen worden ondernomen die samenhangen met het onderwerp webtoegankelijkheid.

De Europese Commissie

De Europese Commissie belichaamt en behartigt het algemeen belang van de Europese Unie. De Voorzitter en de leden van de Commissie worden door de lidstaten benoemd na goedkeuring door het Europees Parlement. Tot het takenpakket van de Europese Commissie behoren de volgende onderdelen:

  • Het nemen van initiatieven voor Europese wetgeving en het opstellen van wetteksten die ter goedkeuring aan het Parlement en de Raad worden voorgelegd.
  • Als uitvoerende instantie zorgt zij voor de uitvoering van de Europese wetten (richtlijnen, verordeningen, beschikkingen), van de begroting en van de door het Parlement en de Raad aangenomen programma's.
  • Als hoedster van de Verdragen ziet zij samen met het Hof van Justitie erop toe dat het communautaire recht wordt nageleefd.
  • Als vertegenwoordigster van de Unie op het internationale toneel onderhandelt zij over internationale overeenkomsten, voornamelijk op het gebied van handel en samenwerking.

Op 25 september 2001 heeft de Commissie een mededeling uitgevaardigd waarin maatregelen worden besproken die de toegankelijkheid van het internet dienen te verbeteren voor personen met een functiebeperking. In dit document (COM 2001, 529) wordt onder meer bepaald dat de Europese instellingen en de vijftien lidstaten van de Europese Unie vóór het eind van het jaar 2001 goedkeuring dienen te verlenen aan de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) van het W3C.

Ook wordt er gewezen op het Europees Jaar van Gehandicapten (2003) waarin een groot initiatief zal worden gewijd aan het bereiken van de algemene toegankelijkheid van zowel publieke als particuliere websites. In de bijlage van de mededeling is onder meer uitleg te vinden van de WCAG 1.0 richtlijnen van het W3C. Ook wordt er een overzicht gegeven van de ontwikkelingen in de diverse lidstaten. De mededeling van de Commissie heeft als grondslag gediend voor diverse reacties van de Raad, het Parlement en het Europees Sociaal en Economisch Comité die in de volgende paragrafen nader zullen worden toegelicht.

Binnen de Europese Commissie heeft zich een subcommissie ontwikkeld die zich bezighoudt met allerhande ontwikkelingen op het gebied van informatietechnologie. Uit deze eEurope groep is een aparte werkgroep ontstaan die luistert naar de naam eAccessibility. Deze werkgroep houdt zich specifiek bezig met de toegankelijkheid van informatietechnologie. De eAccessibility werkgroep bestaat uit beleidsmakers en deskundigen uit alle lidstaten. Samen wisselen zij informatie uit over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van elektronische toegankelijkheid en dan met name webtoegankelijkheid. Hun bevindingen keren terug in documenten van de Europese Commissie die vervolgens weer kunnen leiden tot de ontwikkeling van wetgeving.

Naast de eAccessibility werkgroep heeft de Europese Commissie sinds kort ook een werkgroep opgericht onder de naam Design For All. In deze groep nemen deskundigen plaats die zich inzetten voor toegankelijke informatietechnologie. Webtoegankelijkheid vormt één van de pijlers die centraal staan binnen Design For All. Uit elke lidstaat worden één of meerdere belangenorganisaties vertegenwoordigd in de werkgroep. Het doel van Design For All is het creëren van standaarden voor toegankelijkheid. Net als het eAccessibility initiatief kunnen door de leden van Design For All geen bindende besluiten worden genomen. Wel kunnen de bevindingen en adviezen uiteindelijk leiden tot regelgeving door de Europese Unie.

Op 28 mei 2002 heeft de Europese Commissie het eEurope Action Plan 2005 aangenomen. In dit plan van aanpak, dat een vervolg vormt op het eEurope Action Plan 2002, wordt omschreven welk beleid de Europese Commissie op het gebied van informatietechnologie zal gaan volgen tot het jaar 2005. Hoewel dit plan zich richt op zaken als beschikbaarheid van breedbandinternet en het verbeteren van de veiligheid en controle op internet, wijst het ook op de noodzaak om de W3C richtlijnen voor toegankelijkheid toe te passen in de lidstaten. Inmiddels heeft elke lidstaat aangegeven de richtlijnen te hebben aanvaard.

Het Europees Parlement

In het Europees Parlement, dat eens in de vijf jaar bij algemene rechtstreekse verkiezingen wordt gekozen, komt de wil van de 374 miljoen Europese burgers op democratische wijze tot uitdrukking. De grote politieke stromingen van de lidstaten worden er gegroepeerd in pan-Europese politieke formaties vertegenwoordigd. Het Parlement heeft drie essentiële taken:

  • Het deelt met de Raad de wetgevende taak, d.w.z. de totstandbrenging van de Europese wetten (richtlijnen, verordeningen, beschikkingen). Zijn deelneming draagt bij aan het waarborgen van de democratische legitimiteit van de aangenomen teksten.
  • Het deelt met de Raad de begrotingsbevoegdheid en kan derhalve de communautaire uitgaven wijzigen. In laatste instantie keurt het Parlement de begroting in haar totaliteit goed.
  • Het oefent democratische controle uit op de Commissie. Het keurt de benoeming van de leden van de Commissie goed en is bevoegd een motie van wantrouwen tegen die benoeming aan te nemen. Tevens oefent het politieke controle uit op alle instellingen.

Op 13 juni 2002 heeft het Europees Parlement een Resolutie aangenomen die een reactie vormt op de reeds eerder besproken mededeling van de Europese Commissie (COM 2001, 529). In deze niet-bindende Resolutie wordt een aantal standpunten van het Parlement beschreven dat zowel op Europees als op nationaal niveau gevolgen zal kunnen hebben voor de ontwikkeling van regelgeving. De ideeën die in dit document worden besproken, komen grotendeels overeen met die van de andere Europese instellingen. Het bijzondere van deze Resolutie is echter dat het ook een aantal zaken aan de orde brengt die in eerdere stukken van de Europese Unie nog niet ter sprake zijn gekomen.

Ten eerste vraagt het Europees Parlement aan de lidstaten om zogenaamde "information points" op te richten. Bij deze instantie kunnen klachten worden ingediend over het gebrek aan naleving van de W3C-richtlijnen waarna stappen kunnen worden ondernomen door het informatiepunt. Hoewel in het document van het Parlement wordt gesproken van "het doen van suggesties", is het denkbaar dat een dergelijke organisatie ook de bevoegdheid krijgt een bindende beslissing te nemen.

De tweede bijzonderheid van de Resolutie hangt samen met de eerste en betreft de wens om aan de WCAG 1.0 richtlijnen van het W3C een minder vrijblijvend karakter toe te kennen. De dwingende werking van de richtlijnen dient zich echter te beperken tot websites van de Europese Unie en van de lidstaten. Vooralsnog heeft geen enkele andere Europese instelling op een dergelijke manier tot uiting gebracht de W3C-richtlijnen te willen verplichten. Wel zijn enkele lidstaten reeds uit eigen beweging tot dergelijke maatregelen gekomen. Deze zullen apart worden besproken op de volgende pagina.

Een derde punt van aandacht wordt gevormd door het feit dat het Europees Parlement het gebrek aan geautoriseerde vertalingen van het W3C aan de kaak stelt. De WCAG 1.0 richtlijnen zijn door alle lidstaten aanvaard, maar momenteel is er alleen een Engelse versie van de tekst die door het W3C geautoriseerd is. Het gevolg hiervan is dat lidstaten hun eigen vertalingen creëren. Dit leidt tot interpretatieverschillen en onwenselijke discrepanties waardoor de consistente uitleg en toepassing van de richtlijnen teniet wordt gedaan.

In Duitsland wordt bijvoorbeeld gewerkt met een officieuze vertaling die is toegespitst op juridische afdwingbaarheid. Om die reden zijn de Duitse WCAG 1.0 teksten in een ander jasje gegoten. Het W3C is echter, eventueel met hulp van de vertaaldiensten van de Europese Unie, de aangewezen instantie om adequate vertalingen te vervaardigen.

Ten vierde wordt in de Resolutie gewezen op de Authoring Tools Accessibility Guidelines 1.0 (ATAG) van het W3C. Deze richtlijnen hebben niet hoofdzakelijk betrekking op websites, maar voornamelijk op de programmatuur met behulp waarvan websites in elkaar worden gezet en worden beheerd (content management). Ook deze toepassingen dienen volgens het Europees Parlement toegankelijk te zijn voor mensen met een functiebeperking. De ATAG-richtlijnen werden nog niet eerder genoemd in documenten van de Raad en de Commissie, hoewel deze toch zeer belangrijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan een sollicitant met een functiebeperking die een vacature niet kan vervullen omdat het bedrijf ontoegankelijke software gebruikt. Als om die reden gekozen wordt voor een niet-gehandicapte werknemer kan indirecte discriminatie optreden. Wanneer bij de aanschaf en ontwikkeling van software (maar ook bij de inrichting van een website of intranet) rekening wordt gehouden met de ATAG-richtlijnen zal het optreden van ongerechtvaardigd onderscheid in belangrijke mate kunnen worden beperkt.

De Resolutie wijdt ook een aantal onderdelen aan websites die afkomstig zijn uit de commerciële sector. Ten aanzien van deze websites dient een actief beleid te worden gevoerd dat erop is gericht de toegankelijkheid te stimuleren. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen websites met een commerciële functie en sites met een maatschappelijke functie. Hoewel dit onderscheid in het kader van webtoegankelijkheid niet van belang lijkt, heeft het Europees Parlement besloten dat commerciële sites prioriteit verdienen boven internetpagina's met een maatschappelijke functie. Dat heeft tot gevolg dat de commerciële sites eerst toegankelijk moeten worden gemaakt.

Ten slotte worden de Europese instellingen en de lidstaten door het Parlement opgeroepen om vóór 2003 (het Europees jaar van Gehandicapten) te zorgen dat de publieke websites voldoen aan de WCAG 1.0 richtlijnen. Deze aanbeveling zien we ook terug in documenten van de Raad en de Commissie.

Samenvattend geeft de Resolutie van het Europees Parlement een goed beeld van de huidige ontwikkelingen en denkbeelden op het gebied van webtoegankelijkheid. Er is een streven om de toegankelijkheid steeds minder vrijblijvend te maken, zeker wat betreft de websites van overheidsinstanties die in principe door elke burger moeten kunnen worden bekeken. Dit is op zich geen onwenselijke situatie. Overheidsgebouwen dienen per slot van rekening ook toegankelijk te zijn voor gebruikers van een rolstoel of overige hulpmiddelen.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) komt bij de Commissie, de Raad en het Europees Parlement op voor de belangen van het maatschappelijk middenveld. Het moet over economische en sociale beleidskwesties verplicht worden geraadpleegd. Daarnaast kan het op eigen initiatief advies uitbrengen over zaken die het van belang acht.

Op 20 en 21 februari 2002 heeft het EESC een vergadering gehouden waarin webtoegankelijkheid en de eerder besproken mededeling van de Europese Commissie (COM 2001, 529) een agendapunt vormden. Uit het verslag van de Plenaire Zitting blijkt dat het EESC van mening is dat ontoegankelijke publieke websites discrimineren jegens personen met een functiebeperking. De toegang tot informatie wordt dan immers beperkt voor deze doelgroep.

In een zogenaamde "opinion" die door het EESC op 20 februari 2002 is opgesteld, raadt het aan om in het kader van het Europees jaar van Gehandicapten een richtlijn uit te vaardigen met daarin een clausule die ongelijke behandeling op grond van handicap verbiedt. Het geeft daarbij aan dat implementatie van de WCAG richtlijnen in de lidstaten niet hoeft te leiden tot extra financiële uitgaven. Het implementeren zal in het begin iets meer tijd en geld kosten, maar zal uiteindelijk goedkoper zijn dan wanneer de richtsnoeren niet worden geïmplementeerd.

Gerelateerd

Tags:
Categorie:
Over toegankelijkheid
  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn