Terug naar Wet- en regelgeving

Canada

In Canada spelen twee wetten een belangrijke rol bij de vraag of webtoegankelijkheid juridisch kan worden afgedwongen. De "Canadian Charter of Rights and Freedom" bevat bepalingen die vergelijkbaar zijn met artikelen uit de Nederlandse Grondwet. Dat betekent dat deze bepalingen niet door normale wetgeving kunnen worden aangepast. Daarnaast is er de "Canadian Human Rights Act". Deze laatste wet heeft een beperkte reikwijdte en is alleen van toepassing op overheidsinstellingen, banken, televisie- en radiostations en vervoersmaatschappijen.

Als een webbeheerder niet onder de bovengenoemde categorieën valt, zijn er wellicht nog lokale regels van toepassing. In Canada geldt namelijk in elke provincie aanvullende wetgeving die bepalingen kan bevatten ten aanzien van webtoegankelijkheid. Als een bedrijf vestigingen heeft in de steden Alberta en Quebec, dan is de lokale wetgeving van beide plaatsen van toepassing op het bedrijf.

De Canadese wetgeving, zowel nationaal als lokaal, bevat in ieder geval bepalingen die werkgevers verplichten ervoor te zorgen dat werknemers met een functiebeperking aangepaste voorzieningen krijgen, zodat zij hun werkzaamheden goed kunnen verrichten. Deze bepaling kan ook gevolgen hebben voor de wijze waarop een werkgever het intranet van het bedrijf heeft ingericht. Als het intranet voor een werknemer ontoegankelijk blijkt, kan deze in het uiterste geval zijn beklag indienen bij de Canadian Human Rights Commission.

Hetzelfde geldt voor het aanbieden van werk. Als een bedrijf een vacaturebank op de eigen website aanbiedt, dient deze ook toegankelijk te zijn voor mensen met een functiebeperking. Indien dit niet het geval is, maakt het bedrijf zich schuldig aan indirecte discriminatie.

De lokale Canadese wetgeving bevat veelal artikelen waarin onderscheid wordt verboden bij het aanbieden van goederen en diensten. In 1997 diende de dove Henry Vlug een klacht in bij de Canadian Human Rights Commission. Zijn bezwaren waren gericht tegen het Canadese televisiestation CBC omdat deze geen ondertitels aanbood bij televisieprogramma's. Door zijn beperkingen kon Henry de niet-ondertitelde programma's onmogelijk volgen. In 2001 stelde het Canadian Human Rights Tribunal Henry Vlug in het gelijk. CBC diende te zorgen voor ondertitels en moest daarnaast een aanzienlijke schadevergoeding aan Henry betalen. Deze jurisprudentie laat zien dat het afdwingen van toegankelijkheid via de rechter een reële mogelijkheid is die veel effect kan sorteren.

Net als de wetgeving in andere landen bevat ook de Canadese discriminatiewetgeving enkele ontsnappingsclausules. Als het aanpassen van de werkomgeving of de website onredelijk bezwarend is, kan de werkgever of websitebeheerder weigeren deze aanpassingen door te voeren. Het zal voor een bedrijf echter doorgaans erg lastig zijn om te bewijzen dat deze clausule van toepassing is.

Naast bovenstaande discriminatiewetgeving is op Canadese overheidsinstanties ook nog de Access to Information Act van toepassing. Deze wet regelt, net als de Nederlandse Wet Openbaarheid Bestuur (WOB), in hoeverre en op welke wijze overheidsinformatie toegankelijk dient te zijn voor de burger die daartoe een verzoek indient. Wanneer de overheid bepaalde informatie op internet aanbiedt, zal ervoor dienen te worden gewaakt dat de webpagina's ook door een gebruiker van hulpapparatuur kunnen worden bekeken.

Ook hier geldt weer een aantal ontsnappingsmogelijkheden, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te bieden de informatie op een alternatieve wijze kenbaar te maken. Desondanks staat de burger in deze wet centraal en zal de overheid rekening moeten houden met zijn wensen. Wanneer een burger bepaalde informatie niet tot zich kan nemen, zal de Canadese overheidsinstantie in kwestie ervoor moeten zorgen dat er een toegankelijk alternatief beschikbaar is.

In 2007 is in Canada de "Common Look and Feel for the Internet 2.0" verplicht gesteld voor de federale overheden. Deze norm bestaat uit 4 standaarden;  voor webadressen, toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid, vormgeving en e-mail. De toegankelijkheidsstandaard verplichtte federale overheden hun websites conform WCAG 1.0 prioriteit 2 te bouwen (behalve ijkpunt 3.4, waarvoor de vormgevingsstandaard van toepassing was).

Sinds 1 augustus 2011 geldt in Canade de "Standard on Web Accessibility". Deze toegankelijkheidsstandaard is verplicht voor alle federale overheden. De "Standard on Web Accessibility" bevat de eis om webpagina's en webapplicaties te laten voldoen aan WCAG 2.0 level AA. Federale overheden hebben 2 jaar de tijd gekregen (tot juli 2013) om de overstap van de oude naar de nieuwe norm te maken. De overgang is opgedeeld in fases, de belangrijkste en meest-bezochte content moet als eerst aan de nieuwe norm voldoen. Contrôle op de invoer van de nieuwe norm gaat via vaste rapportagemomenten en is niet vrijblijvend. Wanneer een organisatie niet voldoet, kan dit leiden tot verplichte training van het personeel, ontslag van de verantwoordelijke CIO of het bevriezen van het totale budget van de organisatie.

Tags:
Categorie:
Over toegankelijkheid
  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn