pagina 70

Twee meisjes in een kledingwinkel vergelijken T-shirts met elkaar.

3 Goede producten?

Startopdracht

In de supermarkt kun je heel veel verschillende producten kopen: groente, brood, frisdrank, schoonmaakmiddelen en kant-en-klaar-maaltijden. Wie heeft al die producten gemaakt en hoe komen ze in de winkel?

Bespreek in kleine groepjes van een paar producten hoe je denkt dat ze gemaakt worden. Zijn er veel mensen voor nodig of doen machines het werk? En hoe komen die producten op tijd in de supermarkt?

pagina 71

Wat doen ze de hele dag?

De vader van Saida en Farzan werkt bij een bedrijf waar allerlei papieren draagtasjes worden gemaakt. Hij is bedrijfsleider. Hij controleert de teksten en tekeningen die op de tasjes gedrukt moeten gaan worden. Hij maakt de planning voor de mensen die de machines bedienen en helpt hen als er iets niet goed gaat. Ook koopt hij het papier in waarmee de tassen worden gemaakt. En samen met de verkopers houdt hij in de gaten dat de klanten hun bestelling op tijd krijgen.

De moeder van Meike werkt als verkoopster in een kledingwinkel. Ze helpt klanten die vragen hebben en rekent hun aankopen af.

De vader van Tom heeft een schoonmaakbedrijf. Hij verzorgt de schoonmaak van vier scholen en verschillende bedrijven. Dat doet hij niet allemaal zelf, daarvoor heeft hij mensen in dienst.

Opgave 1

Welke van de volgende werkzaamheden voert de vader van Saida en Farzan niet uit? Kies uit de volgende antwoorden.

Opgave 2

Opgave 3

>Welke van de banen van de ouders van Saida, Farzan, Meike en Tom zou je zelf het liefst hebben? Geef ook aan waarom.

Voorkennis rekenen

Rekenopgave 1

Rekenopgave

Frank gaat met zijn vader tanken. De benzine kost € 1,54 per liter.

a

b

Rekenopgave 2

Rekenopgave

Hieronder staan drie rijtjes van vijf sommen. Bereken de uitkomsten zonder rekenmachine.

Rekenopgave 3

Rekenopgave

Hoeveel moet je betalen in de volgende drie gevallen?

pagina 72

3.1 Wat maak je?

In deze paragraaf leer je wat produceren is. Als je een product maakt, ben je bezig met bewerken. Door iets te bewerken wordt het meer waard en kun je het gaan verkopen. Produceren gebeurt meestal in een bedrijf. Een bedrijf kan ook diensten leveren.

Twee meisjes in een kledingwinkel vergelijken T-shirts met elkaar.

Saida en Meike lopen vaak in de stad. Ze zien dan overal mensen met draagtassen. Saida denkt elke keer als ze een heel mooie tas ziet, dat die uit haar vaders bedrijf komt. De draagtassen worden gemaakt van papier. De mensen van haar vaders bedrijf zorgen dat er leuke plaatjes en namen van winkels op het papier komen. Daarna worden er tassen van gemaakt: dat is hun product.

Produceren In een bedrijf houden mensen zich bezig met produceren. Produceren is het maken van goederen of het leveren van diensten.

Productieweg Een product begint als grondstof. Daarna wordt het verwerkt tot een eindproduct. De productieweg bestaat uit alle bewerkingen die het product ondergaat van grondstof tot eindproduct.

Opgave 4

Van welke grondstoffen worden de volgende producten gemaakt?

Saida en Farzan zijn uitgenodigd voor een familiedag van het bedrijf waar hun vader werkt. Op de familiedag mogen alle mensen die er werken hun familie meenemen. Die kunnen dan zien hoe de tassen gemaakt worden. Op de familiedag krijgen Saida en Farzan een rondleiding. Ze zien het magazijn waar grote rollen dik papier binnenkomen. Die rollen papier komen van een papierfabriek. De papierfabriek maakt papier uit oud papier (75%) en houtcellulose (25%). Vaak wordt voor een gekapte boom weer een nieuwe boom geplant.

Zo wordt papier gemaakt: bomen en oud papier vormen de grondstof. Dat gaat naar de papierfabriek. Het papier gaat naar de drukkerij en dan naar de gebruiker. Daarna wordt het oud papier en dat wordt hergebruikt als grondstof voor nieuw papier.

De beschrijving staat in de leestekst hierboven.

pagina 73

Bedrijfskolom Bij de productie van een product zijn meestal verschillende bedrijven betrokken. Het ene bedrijf houdt zich bezig met de grondstof. Andere bedrijven bewerken de grondstof tot een product en weer andere bedrijven zorgen dat het product bij de klant komt. Een bedrijfskolom toont alle bedrijven die voorkomen op de productieweg van een bepaald product.

Een schema van een bedrijfskolom. Er staan vier tekstvakjes onder elkaar. Elk vakje is aan het volgende verbonden door een lijntje. Van boven naar beneden: papierinzamelaar, papierfabriek, draagtassenbedrijf, detailhandel (winkels).

Opgave 5

a

b Wat gebeurt er als er brand uitbreekt in de opslaghal van de papierinzamelaar? Noem alle onderdelen van de bedrijfskolom in je antwoord.

  • Opgave 6

    Zet de volgende onderdelen van de productieweg van een stripboek in de juiste volgorde: stripboekenwinkel - papierfabriek - drukkerij - bos - boekengroothandel - houtzagerij
    Begin met de grondstof hout.

  • Op de familiedag laat de vader van Saida en Farzan de mooiste tassen zien. Bijna alle tassen worden gekocht door winkels. De winkels geven de tassen weer aan hun klanten om aankopen in te doen. Farzan vindt het mooi bedacht van die winkels: hun klanten lopen rond met gratis reclame voor de winkel! Farzan vraagt zich af wat winkels nu eigenlijk produceren.

    Sommige bedrijven produceren geen goederen, maar diensten. Een bedrijf dat diensten levert, heet een dienstverlenend bedrijf. Het bedrijf van Toms vader is daarvan een voorbeeld. De dienst van dit bedrijf bestaat uit het schoonmaken van scholen en bedrijven. Ook worden ze gevraagd voor het wassen van ramen en het weghalen van graffiti.

    Het draagtassenbedrijf van de vader van Saida en Farzan staat op het industrieterrein. Op het industrieterrein zijn nog veel meer bedrijven gevestigd. Sommige bedrijven maken producten, net als het draagtassenbedrijf. Andere bedrijven houden zich bezig met diensten, zoals een bouwmarkt, een reclamebureau en een autowerkplaats.

    Industriële bedrijven zijn bedrijven die goederen produceren. Dienstverlenende bedrijven leveren diensten. Agrarische bedrijven halen hun grondstoffen direct uit de natuur. Voorbeelden van agrarische bedrijven zijn de melkveehouderij, akkerbouw- en tuinbouwbedrijven.

    pagina 74

    Foto 1: iemand staat aan de balie van een reisbureau en bekijkt folders. Foto 2: een bedrijfshal waar robots auto's in elkaar zetten.

    Opgave 7

    Gaat het in de volgende gevallen om een industrieel bedrijf, een dienstverlenend bedrijf of een agrarisch bedrijf?

    Op de familiedag laat de vader van Saida en Farzan zien hoe plaatjes en letters op de rollen papier worden gedrukt. Daarna worden er tassen van gemaakt. In een productiebedrijf wordt de grondstof bewerkt tot een nieuw product. Dit nieuwe product is meer waard dan de grondstof waard was. Die meerwaarde die het bedrijf eraan toevoegt, heet toegevoegde waarde.

    Elk bedrijf in de bedrijfskolom voegt waarde toe, daardoor wordt de prijs van het product ook steeds wat hoger.

    Cartoon: een meisje maakt tekeningen op een papieren tasje en zegt: 'Ik voeg heel wat waarde toe aan dit tasje!!' Haar vader kijkt verschrikt.

    Opgave 8

    Bekijk de cartoon en beantwoord de twee vragen.

    a Krijgt de papieren tas op deze manier toegevoegde waarde? Waarom wel of niet?

    b Is er toegevoegde waarde als er een afbeelding van een beroemd schilderij op het tasje staat? Leg je antwoord uit.

    Saida en Farzan hebben een goed idee: hun school kan draagtassen goed gebruiken! Als het logo van de school erop staat, kunnen ze uitgedeeld worden op de open dag voor basisscholen. Ze zien dat de tassen € 0,76 per stuk kosten. Hun vader legt uit dat je bij die prijs ook nog btw moet optellen.

    pagina 75

    Btw Als je een product koopt, moet je er btw over betalen. Btw is belasting over de toegevoegde waarde. Voor de meeste producten betaal je 19% btw. Dit is het normale tarief. Het bedrijf moet de btw afdragen aan de overheid. De prijs van een product inclusief btw bereken je zo:

    Formule: Prijs exclusief btw + 19% btw = prijs inclusief btw.

    Voorbeeld: 200 + 19% van € 200 = € 200 + € 38 = € 238.

    Opgave 9

    Rekenopgave

    Bereken de prijzen inclusief btw van de drie kantoorproducten in de tabel hieronder.

    Tabel bij opgave 9
    Artikel Prijs excl. btw Btw Prijs incl. btw
    a bureauagenda € 13,45
    b kantoorstoel € 138,20
    c dossierkast € 247

    Over enkele diensten, zoals van de kapper, schilder en stukadoor, wordt een laag btw-tarief geheven van 6%. Over dagelijkse aankopen van eten en drinken wordt ook 6% btw geheven.

    Opgave 10

    Rekenopgave

    Bij Rekenen op bladzijde 100 en 101 maak je btw-berekeningen.

    Saida ziet in de stad ook vaak mensen met plastic tasjes. Saida vindt die plastic tassen maar lelijk. De papieren draagtassen van haar vader vindt ze echt chic, met mooie kleuren en leuke plaatjes.

    Concurrentie Producenten die dezelfde producten maken, zijn concurrenten van elkaar. Zij zullen proberen consumenten hun eigen product te laten kopen. Dat kan bijvoorbeeld door reclame of lage prijzen. Concurrentie is de strijd tussen bedrijven die vergelijkbare producten of diensten verkopen om klanten te winnen. De bedrijven noemen we concurrenten.

    Opgave 11

    In de tabel hieronder staan producten of diensten van concurrenten. Zet achter elk product in de linkerkolom het cijfer van het concurrerende product uit de rechterkolom.

    a
    b
    c
    d

    Elk product wordt gemaakt van grondstoffen. Een bedrijf bewerkt het product en voegt er zo waarde aan toe. Alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie van een product, vormen samen een bedrijfskolom. Als bedrijven een vergelijkbaar product maken, zijn het concurrenten.

    pagina 76

    3.2 Hoe maak je het?

    In deze paragraaf leer je welke dingen er allemaal nodig zijn om iets te produceren. Natuurlijk heb je grondstoffen nodig, maar ook mensen die de producten maken, een gebouw om in te werken en (meestal) machines.

    Twee meisjes in een kledingwinkel vergelijken T-shirts met elkaar.

    Op de familiedag van het draagtassenbedrijf is het erg druk. Farzan hoopt dat er genoeg chips zijn voor iedereen. De meeste bezoekers van de familiedag staan te kijken bij de drukmachines. Dat is natuurlijk interessanter dan het kantoortje met computers waar zijn vader meestal werkt.

    Productiemiddelen zijn de dingen die nodig zijn om te kunnen produceren. Voorbeelden van productiemiddelen zijn grondstoffen, machines, werknemers, gebouwen, vrachtauto's en computers.

    Een bedrijfsruimte waar mensen aan het werk zijn met machines en computers.

    Opgave 12

    a

    b Welke van de volgende dingen zijn productiemiddelen voor het draagtassenbedrijf?
    Kies uit:

    Op de familiedag mogen Saida en Farzan zelf aan de slag. Met een speciale computer ontwerpen ze hun eigen draagtas. Saida en Farzan vinden het leuk om te doen, maar wel heel moeilijk. Mensen die dit werk doen, hebben een opleiding in ontwerpen gevolgd. Volgens hun vader zijn ontwerpers het belangrijkste productiemiddel in het draagtassenbedrijf.

    Productiefactoren zijn de middelen die nodig zijn om te kunnen produceren. Je kunt ze in drie groepen verdelen:

    pagina 77

    Opgave 13

    In de tabel hieronder staan producten en productiefactoren. Geef voor elk van de volgende producten aan welke productiefactor erbij hoort. Kies uit: 1 arbeid en natuur, 2 kapitaal, 3 arbeid, 4 arbeid en kapitaal.

    a
    b
    c
    d

    Opgave 14

    Vul de volgende zin aan:
    In het draagtassenbedrijf is de productiefactor kapitaal belangrijker dan in een winkel, omdat

    Op het kantoor van hun vader zien Saida en Farzan een oude drukpers staan. Zo'n oude machine kon bijna niets. Je moest het papier zelf snijden waarna het heel netjes op de drukpers gelegd moest worden. De drukpers drukte er dan letters op. Daarna moest je er zelf een draagtas van maken. De nieuwe machines zien er heel wat beter uit: papier erin, draagtas eruit!

    Mechanisatie Veel arbeid wordt nu gedaan door machines. Mechanisatie is het vervangen van menselijke arbeid door machines.

    Automatisering Automatisering is het overnemen van werk door computers. Het kan dan gaan om lichamelijke arbeid, maar ook om reken- en denkwerk.

    Een vrouw op een kantoor die met een computer werkt.

    Opgave 15

    Zijn de volgende twee beweringen juist of onjuist?

    a

    b

    Trots laat de vader van Saida en Farzan de allernieuwste machine van het bedrijf zien. Deze machine pakt draagtassen razendsnel in. Met één druk op de knop worden de tasjes netjes in stapeltjes gebundeld en verpakt in plastic.

    pagina 78

    Investeren Door de technologische ontwikkeling komen er steeds nieuwe en betere machines. Investeren is het kopen van nieuwe kapitaalgoederen, zoals machines, gereedschappen of gebouwen. Investeringen zijn bedoeld om meer, beter of goedkoper te kunnen produceren.

    Opgave 16

    Welke van de volgende vier zinnen is juist?

    Opgave 17

    In een staafdiagram staan de investeringen van een fabrikant van plastic bekers. Met een lijn is de productie ingetekend.

    Staafdiagram van de investeringen van een fabrikant van plastic bekers.

    De gegevens zijn omgezet in de volgende tabel. Je krijgt er twee vragen over.

    Investeringen en productie van een fabrikant van plastic bekers.
    Aantal machines Aantal miljoen stuks
    jaar 1 2 37
    jaar 2 3 49
    jaar 3 5 60
    jaar 4 2 64
    jaar 5 1 80
    jaar 6 1 100

    a Beschrijf welke informatie in deze grafiek staat.

    b Verklaar waarom de productielijn omhoog kan gaan, ook als de fabriek minder investeringen doet.

    Farzan dacht dat het inpakken van draagtassen een mooi vakantiebaantje zou zijn. Hij vindt het jammer dat een machine nu het inpakwerk doet. Die machine doet het werk veel sneller dan Farzan dat zou kunnen.

    Arbeidsproductiviteit Door mechanisatie en automatisering is de arbeidsproductiviteit enorm toegenomen. Per medewerker kunnen er veel meer producten worden gemaakt. De arbeidsproductiviteit is de hoeveelheid producten die een arbeidskracht kan maken in een bepaalde tijd.

    Opgave 18

    In de winkel van Meikes moeder werd de voorraad vroeger handmatig bijgehouden. Nu staan al deze gegevens in de computer. Leg uit waarom de arbeidsproductiviteit hierdoor is toegenomen.

    pagina 79

    Schermafdruk van de inlogpagina van Facebook.

    Opgave 19

    Een kantoormedewerker heeft steeds de inlogpagina van Facebook op zijn computerscherm staan. Wat gebeurt er dan met zijn arbeidsproductiviteit? Leg je antwoord uit.

    Saida ziet dat de productiehal van het draagtassenbedrijf veel groter is dan het kantoortje waar de mensen zitten. De machines en computers nemen het grootste deel van de ruimte in! Het lijkt Saida veel gezelliger als er meer mensen zouden werken die zelf de draagtassen in elkaar plakken. Haar vader legt uit dat mensen veel duurder zijn dan machines. En langzamer.

    Een kapitaalintensief bedrijf is een bedrijf waarin machines het grootste deel van de productie verzorgen. In een arbeidsintensief bedrijf doen mensen het grootste deel van de productie.

    Foto 1: In een grote hal plaatsen mensen motoren in een vliegtuig. Foto 2: In een appelboomgaard lopen mensen appels te plukken en in kisten te leggen.

    Opgave 20

    Gaat het in de volgende twee gevallen om een arbeidsintensief of een kapitaalintensief bedrijf?

    a

    b

    Vroeger werden alle producten met de hand gemaakt: tegenwoordig gaat het meestal met machines en computers. Door mechanisatie en automatisering kunnen bedrijven veel meer, sneller en goedkoper produceren. De arbeidsproductiviteit per arbeidskracht is toegenomen.

    Download je antwoorden