
De toolbar bevat een groot aantal tools voor het onderzoeken van afzonderlijke aspecten van de inhoud en code van een pagina. Dit kan gebruikt worden als een hulpmiddel voor het handmatig checken van veel van de IJkpunten voor de Richtlijnen Toegankelijkheid Web Content 1.0. Geen enkele tool geeft direct antwoord op de vraag of een pagina voldoet aan een bepaald ijkpunt, maar helpen u wel in bij het vaststellen van het antwoord op deze vraag.
IJkpunt 4.1 Geef duidelijk veranderingen aan in de natuurlijke taal van de documenttekst en van alle tekstequivalenten.
De tool 'Pagina > Taalwisselingen: Toon lang-attributen' geeft aan waar in de HTML-code aangegeven is in welke natuurlijke taal gebruikt wordt. Wanneer de hoofdtaal van een document is aangegeven, dan geeft de tool het HTML-element, met de gebruikte taalcode, weer aan het begin van de content. Elke andere sectie waarbij in de code een taal is aangegeven wordt zowel aan het begin als aan het einde gemarkeerd.
Onderzoek of bij alle content in een afwijkende taal een taalwisseling is aangegeven.
IJkpunt 3.3 Gebruik style sheets om de lay-out en de presentatie te sturen.
De tool 'CSS > CSS in-/uitschakelen' geeft de pagina zonder CSS weer (of de CSS nu aan een HTML -tag of aan een webpagina is toegevoegd, of dat de CSS in een extern bestand staat). Wanneer niet-standaardkleuren, lettertypes en lettergroottes nog steeds zichtbaar zijn worden waarschijnlijk andere opmaakmethoden gebruikt dan CSS. Wanneer de content nog steeds in kolommen staat, worden waarschijnlijk tabellen gebruikt voor opmaak in plaats van CSS.
IJkpunt 3.5 Gebruik headerelemenen om de documentstructuur over te brengen en gebruik ze volgens de specificatie.
The tool 'Structuur > Headings h1-h6' geeft aan waar de elementen h1, h2, h3, h4, h5 en h6 gebruikt zijn. De elementen worden op de pagina om hun inhoud geplaatst.
Bekijk of elke kop die visueel als een kop is opgemaakt, ook in de code als een kop (heading) is opgemaakt. Bekijk ook of de kop op het hoogste niveau een h1 is, of de headings goed genest zijn en of er geen niveaus zijn overgeslagen.
De tool 'Structuur > Heading structuur' kan gebruikt worden om te testen of headings goed genest zijn.
| Algemeen (Prioriteit 1) | Tools |
|---|---|
| 1.1 Lever een tekstequivalent voor elk niet-tekstueel element (bijvoorbeeld via "alt", "longdesc" of in element-content). Dit omvat: afbeeldingen, grafische representaties van tekst (met inbegrip van symbolen), image maps, animaties (bijvoorbeeld GIF-animaties), applets en programma-objecten, ascii-kunst, frames, scripts, afbeeldingen voor bullets, spacers, grafische knoppen, geluiden (met of zonder gebruikersinteractie gespeeld), afzonderlijke geluidsbestanden, geluidssporen van video en video zelf. | Afbeeldingen
|
| 2.1 Zorg ervoor dat alle informatie die met behulp van kleur wordt overgebracht ook beschikbaar is zonder kleur, bijvoorbeeld uit de context of uit de opmaak. | Kleuren
|
| 4.1 Geef duidelijk veranderingen aan in de natuurlijk taal van de documenttekst en van alle tekstequivalenten (bijvoorbeeld onderschriften). | Pagina
|
| 6.1 Organiseer documenten zo dat ze zonder style sheets gelezen kunnen worden. Als bijvoorbeeld een HTML-document wordt weergegeven zonder bijbehorende style sheets, moet het nog steeds mogelijk zijn om het document te lezen. | CSS
|
| 6.2 Zorg ervoor dat equivalenten voor dynamische content worden geactualiseerd, als de dynamische content verandert. | IE
Opties
|
| 7.1Geef het scherm geen gelegenheid om te flikkeren totdat user agents gebruikers in staat stellen flikkering te sturen. | Tools
|
| 14.1 Gebruik de duidelijkste en eenvoudigste taal die zich leent voor de content van een site. | Tools
|
| En als je afbeeldingen en image maps gebruikt (Prioriteit 1) | |
| 1.2 P Lever tekstlinks voor ieder actief gebied van een server-side image map. | Afbeeldingen
|
| 9.1 Lever client-side image maps in plaats van server-side image maps behalve waar de gebieden niet kunnen worden gedefinieerd met behulp van een beschikbaar geometrisch model. | Afbeeldingen
|
| En als je tabellen gebruikt (Prioriteit 1) | |
| 5.1 Voor tabellen met data: geef rij- en kolom-headers aan. | Structuur
|
| 5.2 Gebruik voor datatabellen met twee of meer logische niveaus van rij- of kolomheaders opmaak om data- en headercellen te associëren. | Structuur
|
| En als je frames gebruikt (Prioriteit 1) | |
| 12.1 Geef elk frame een titel, zodat je identificatie en navigatie van een frame vergemakkelijkt. | Structuur
|
| En als je applets en scripts gebruikt (Prioriteit 1) | |
| 6.3 Zorg ervoor dat pagina's bruikbaar zijn, als scripts, applets of andere programma-objecten uitstaan of niet worden ondersteund. Als dit niet mogelijk is, lever dan equivalente informatie op een alternatieve toegankelijke pagina. | IE
Opties
|
| En als je multimedia gebruikt (Prioriteit 1) | |
| 1.3 Totdat user agents automatisch de tekst van een beeldspoor hardop kunnen voorlezen kan je een auditieve beschrijving geven van de belangrijke informatie van het beeldspoor van een multimediapresentatie. | Pagina
|
| 1.4 Voor iedere tijdgerelateerde multimediapresentatie, bijvoorbeeld een (animatie)film, kan je equivalente alternatieven synchroniseren (bijvoorbeeld onderschriften of auditieve beschrijvingen van het beeldspoor) met de presentatie. | Pagina
|
| En als al het overige niet lukt (Prioriteit 1) | |
| 11.4 Als je ondanks alle inspanningen geen toegankelijke pagina kan creëren, lever dan een link naar een alternatieve pagina die W3C-technologieën gebruikt, toegankelijk is, equivalente informatie (of functionaliteit) heeft en even vaak wordt geactualiseerd als de ontoegankelijke (oorspronkelijke) pagina. | Geen |
| Algemeen (Prioriteit 2) | Tools |
|---|---|
| 2.2 Zorg ervoor dat combinaties van voorgrond- en achtergrondkleur voldoende contrast geven, als ze gezien worden door iemand met kleurenblindheid of als ze op een zwart-wit beeldscherm zijn te zien. [Prioriteit 2 voor afbeeldingen, Prioriteit 3 voor tekst]. | Kleuren
|
| 3.1 Als er een geschikte opmaaktaal bestaat, gebruik dan liever opmaak dan afbeeldingen om informatie over te brengen. | Afbeeldingen
|
| 3.2 Creëer documenten die zich conformeren aan een gepubliceerde formele grammatica. | Validatie
|
| 3.3 Gebruik style sheets om de lay-out en de presentatie te sturen. | CSS
|
| 3.4 Gebruik liever relatieve eenheden dan absolute eenheden als je in markuptalen waarden toekent aan attributen en eigenschappen in style sheets. | CSS
|
| 3.5 Gebruik headerelemenen om de documentstructuur over te brengen en gebruik ze volgens de specificatie. | Structuur
|
| 3.6 Maak lijsten en lijstelementen op de juiste manier op. | Structuur
|
| 3.7 Opmaak citaten. Gebruik het citaat-element niet om formatteringseffecten te bereiken, zoals inspringen. | Structuur
|
| 6.5 Zorg ervoor dat dynamische content toegankelijk is of lever een alternatieve presentatie of pagina. | IE
Opties
|
| 7.2 Laat de content niet knipperen (i.e. verander de presentatie in een regelmatig tempo, zoals aan- en uitzetten) totdat user agents gebruikers in staat stellen het knipperen te sturen. | Tools
|
| 7.4 Creëer geen periodiek zelfverversende pagina's totdat user agents de mogelijkheid bieden die zelfverversing te stoppen. | Pagina
|
| 7.5 Gebruik geen opmaak om pagina's automatisch te redirecten totdat user agents de mogelijkheid leveren om auto-redirect te stoppen. Configureer in plaats daarvan de server om redirects uit te voeren. | Pagina
|
| 10.1 Totdat user agents gebruikers toestaan om het ongewild openen van nieuwe vensters uit te zetten, is het beter om geen pop-ups of andere vensters te laten verschijnen en het actuele venster niet te veranderen zonder de gebruiker daarover te informeren. | Structuur
|
| 11.1 Gebruik W3C-technologieën als ze beschikbaar zijn en geschikt voor een klus en gebruik de jongste versies als ze ondersteund worden. | Pagina
|
| 11.2 Vermijd afgekeurde eigenschappen van W3C-technologieën. | CSS
|
| 12.3 Verdeel grote blokken informatie onder in meer beheersbare groepen, waar dit natuurlijk en juist is. | Structuur
|
| 13.1 Identificeer duidelijk het doel van elke link. | Pagina
|
| 13.2 Lever metadata om semantische informatie toe te voegen aan pagina's en sites. | Pagina
|
| 13.3 Geef informatie over de algemene lay-out van een site (bijvoorbeeld een site map of een inhoudsopgave). | Geen |
| 13.4 Gebruik navigatiemechanismen op een consistente wijze. | Geen |
| En als je tabellen gebruikt (Prioriteit 2) | |
| 5.3 Gebruik geen tabellen voor lay-out, tenzij de tabel ook zinvol is bij linearisering. Lever anders, als de tabel geen betekenis heeft een gelijkwaardig alternatief (bijvoorbeeld een gelineariseerde versie). | Structuur
|
| 5.4 Als een tabel wordt gebruikt voor lay-out, gebruik dan geen structurele opmaak om visueel te formatteren. | Structuur
|
| En als je frames gebruikt (Prioriteit 2) | |
| 12.2 Beschrijf het doel van frames en hoe frames met elkaar te maken hebben, als het niet uit frametitels alleen blijkt. | Structuur
|
| En als je formulieren gebruikt (Prioriteit 2) | |
| 10.2 Totdat user agents expliciete associaties tussen labels en formulierelementen ondersteunen, is het verstandig om bij alle formulierelementen met impliciet geassocieerde labels ervoor te zorgen dat de label netjes is gepositioneerd. | Geen |
| 12.4 Associeer labels expliciet met hun besturingsmechanismen. | Structuur
|
| En als je applets en scripts gebruikt (Prioriteit 2) | |
| 6.4 Zorg er in het geval van scripts en applets voor dat event handlers onafhankelijk zijn van het invoerapparaat. | Structuur
|
| 7.3 Vermijd beweging in pagina's totdat user agents gebruikers in staat stellen bewegende content te bevriezen. | Geen |
| 8.1 Maak programma-elementen als scripts en applets direct toegankelijk of compatibel met hulptechnologieën [Prioriteit 1 als functionaliteit belangrijk is en niet elders gepresenteerd, anders Prioriteit 2.] | Pagina
|
| 9.2 Zorg ervoor dat elk element dat zijn eigen interface heeft aangestuurd kan worden op een apparaatonafhankelijke manier. | Pagina
|
| 9.3 Specificeer voor scripts liever logische event handlers dan apparaatafhankelijke event handlers. | Structuur
|
| Algemeen (Prioriteit 3) | Tools |
|---|---|
| 4.2 Specificeer de uitwerking van elke afkorting of van elk acroniem in een document waar die het eerst voorkomt. | Structuur
|
| 4.3 Geef de voornaamste natuurlijke taal van een document aan. | Pagina
|
| 9.4 Creëer een logische volgorde van tabs door middel van links, formulierbesturing en objecten. | Structuur
|
| 9.5 Lever voor belangrijke links shortcuts (met inbegrip van die in client-side image maps, formulierbesturingen en groepen van formulierbesturing. | Structuur
|
| 10.5 Totdat user agents (met inbegrip van hulptechnologieën) aan elkaar grenzende links apart kunnen weergeven is het beter om tussen aan elkaar grenzende links afdrukbare karakters te zetten die geen link zijn (omgeven door spaties). | Geen |
| 11.3 Lever informatie zó dat gebruikers documenten kunnen ontvangen volgens hun eigen voorkeur (bijvoorbeeld taal, soort content, etc.) | Geen |
| 13.5 Lever navigatiebalken om navigatiemechanismen te accentueren en toegang ertoe te geven. | Geen |
| 13.6 Groepeer gerelateerde links, identificeer de groep (voor user agents) en lever een manier om de groep over te slaan totdat user agents dit ook kunnen. | Pagina
|
| 13.7 Als zoekfuncties worden geleverd, maak dan voor verschillende voorkeuren en niveaus van deskundigheid verschillende zoeksoorten. | Geen |
| 13.8 Plaats onderscheidende informatie aan het begin van headings, alinea's, lijsten, etc. | Geen |
| 13.9 Lever informatie over documentverzamelingen (i.e., documenten die meervoudige pagina's bevatten). | Pagina
|
| 13.10 Lever een middel om ASCII-kunst van meer dan één regel over te slaan. | Geen |
| 14.2 Vul tekst aan met grafische of auditieve presentaties waar ze het begrijpen van de pagina zullen vergemakkelijken. | Geen |
| 14.3 Creëer een presentatiestijl die consistent is door de pagina's heen. | Geen |
| En als je tabellen gebruikt (Prioriteit 3) | |
| 1.5 Totdat user agents tekstequivalenten voor client-side image map links kunnen weergeven, kan je tevens tekstlinks leveren voor elke actief gebied van een client-side image map. | Afbeeldingen
|
| En als je afbeeldingen en image maps gebruikt (Prioriteit 3) | |
| 5.5 Lever samenvattingen voor tabellen. | Structuur
|
| 5.6 Lever afkortingen voor headerlabels. | Tools
|
| 10.3 Totdat user agents (met inbegrip van hulptechnologieën) parallelle tekst correct weergeven is het verstandig om een lineair tekstalternatief te geven (op dezelfde pagina of een andere) voor alle tabellen die tekst in parallelle kolommen weergeven. | AIS beschouwt dit ijkpunt als verouderd. |
| En als je formulieren gebruikt (Prioriteit 3) | |
| 10.4 Totdat user agents lege invoerelementen correct kunnen verwerken is het beter om plaatsvervangende standaardtekst in invoervelden en tekstvelden neer te zetten. | AIS beschouwt dit ijkpunt als verouderd. |